Spijkers en de kist
Als ik de oordeelsbrief lees moet ik denken aan de uitspraak van wijlen Hans Gruijters voor de parlementaire enquêtecommissie bouwsubsidies. Hij hield de commissie voor dat ze alleen naar de ‘spijkers kijken en niet naar de kist’.
Demasqué rijkdom corporaties lijkt voltooid – harde en zachte aanpak gaan hand in hand – tegeltjeswijsheden over de klant – toezicht op snoezelruimte
Financiële jojo
In verschillende publicaties is de stormbal gehesen: de financiële polsstok van corporaties is veel korter geworden en faillissementen dreigen. Nog niet zo erg lang geleden “promoveerde” het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) een aantal corporaties, waaronder de Alliantie, tot de C-klasse. Een corporatie met die status heeft te veel vermogen in relatie tot zijn opgave. Tegelijk waren net “gepromoveerde” corporaties vanwege gebrek aan cash investeringen aan het uitstellen en hadden ze moeite om geld te lenen. Het tij is gekeerd. Het CFV heeft de C-klasse per 1 januari aanstaande in de ban gedaan en het demasqué van de rijkdom van corporaties lijkt voltooid. Van de grote investerende corporaties kan de Alliantie het hoge investeringsniveau voorlopig nog volhouden. Het volgend jaar hebben we 310 miljoen euro aan investeringen begroot en 80 miljoen aan onderhoud. Begin deze week schreef minister Donner een interessante brief naar de Tweede Kamer over de financiële positie van corporaties. Hij constateert dat de kasstromen van corporaties in de komende jaren onder druk komen te staan. Het valt me op dat de minister erin berust dat corporaties minder gaan investeren. Vier voorgangers van minister Donner oefenden grote druk op corporaties uit om te investeren in de bouw van nieuwe woningen en in de wijken. De huidige minister verwijst naar de heffing die corporaties over drie jaar moeten gaan betalen en stelt dat deze onder meer gecompenseerd kan worden door ‘het gericht uit- of afstellen van investeringen’. Het kan verkeren.
Harde en zachte hand
Als een huurder zijn huur niet op tijd betaalt, krijgt hij eerst twee herinneringen en als hierop niet wordt gereageerd een sommatie om te betalen. Als het dan nog steeds stil blijft, komt iemand als Naomi Weenk van de Alliantie in Almere onaangekondigd langs. Zij is maatschappelijk werkster bij de afdeling incasso en ik ga een dagdeel met haar mee. Ze heeft voor die ochtend ongeveer acht huisbezoeken gepland. Bij een van onze bezoeken treffen we een jongeman aan die flink in de war is. Hier is meer aan de hand dan het niet betalen van de huur. Gericht, betrokken en zonder omhaal vraagt Naomi wat er aan de hand is. Terug in de auto laat ze er geen gras over groeien en belt onmiddellijk zijn begeleider. Naomi legt me uit dat zij een betalingsregeling probeert te treffen om hiermee huisuitzetting te voorkomen. De harde en de zachte aanpak gaan hand in hand. Lukt het niet op de zachte manier, dan is een interventiegesprek, dat zij samen met incassomedewerkster Diana Elsgeest voert, een laatste redmiddel. Dit heeft vaak resultaat. Dit jaar heeft de Alliantie in Flevoland 166 aanzeggingen tot huisuitzetting de deur uit moeten doen. In totaal heeft dit daadwerkelijk tot 36 uitzettingen geleid. Naomi en Diana benadrukken dat een huisuitzetting meestal niet wordt afgewacht en men vaak al met de noorderzon is vertrokken.
Klant is geen koning
Vrijdag bespreken de directie en collega’s van de afdelingen woondiensten en van markt en strategie met de benen op tafel onze visie op de klant. Adriaan Hoogvliet houdt een korte inleiding en houdt ons ‘tegeltjeswijsheden’ voor. Bijvoorbeeld ‘bij de Alliantie is de klant geen koning en dat blijft voorlopig zo’ of ‘verras de klant, voordat hij jou verrast’. Tijdens de discussie vraag ik me af of een huurder zich wel klant voelt. Een klant kan immers kiezen, een huurder lang niet altijd. In onze regio is de vraag naar woningen zo groot dat er vaak weinig te kiezen valt. In het begin van mijn loopbaan als corporatiebestuurder waren de bedrijfsprocessen dominant en diende een huurder zich naar deze processen te voegen. Anno heden luisteren we veel meer en beter naar een huurder en gaan we na of dat wat iemand wil in te passen is. We vragen hiermee wel steeds meer van onze medewerkers. We hebben te maken met uniforme processen en tegelijk moet er maatwerk worden geleverd. Vanuit een betrokken houding zoeken we samen met een huurder naar mogelijkheden. Tegelijk wordt van een medewerker verwacht dat zij of hij streng optreedt als iemand over de schreef gaat. Als er zich problemen in een wijk voordoen, wordt van een medewerker verwacht dat hij zich ermee bemoeit en een oplossing zoekt. Tegelijk klinkt de roep om het afbakenen van verantwoordelijkheden. Waar trek je een streep? Het is voor medewerkers van corporaties ingewikkelder, maar volgens mij wel veel leuker geworden.
Toezicht op zwembad
De zogenoemde oordeelsbrief van de minister is weer op de deurmat gevallen. Namens de minister houdt het CFV toezicht en redigeert de oordeelsbrief. Als ik de oordeelsbrief lees moet ik denken aan de uitspraak van wijlen Hans Gruijters voor de parlementaire enquêtecommissie bouwsubsidies. Hij hield de commissie voor dat ze alleen naar de ‘spijkers kijken en niet naar de kist’. In de oordeelsbrief wordt in mijn ogen vooral gewezen op de spijkers. Ik geef een voorbeeld. In de brief wordt gewezen op een zogenoemde snoezelruimte en een zwembad. Een argeloze lezer zou hiervan kunnen schrikken: waar is de Alliantie nu mee bezig? Het gaat hier om een minizwembad in een gebouw dat wij realiseerden voor de Stichting Omega op IJburg. In dit pand verblijven kinderen en volwassenen met een meervoudige handicap, die niet kunnen lopen en vaak ook niet eens kunnen zitten. Degenen die in het pand van de stichting Omega verblijven hebben een verstandelijke leeftijd van maximaal 12 maanden en met hen kan dus niet op de gebruikelijke manier worden gecommuniceerd. Hier biedt de snoezelruimte uitkomst. In het regeerakkoord staat dat het toezicht op corporaties bij een op te richten ‘autoriteit’ moet worden ondergebracht. Een autoriteit staat voor gezaghebbend. Het huidige toezicht is dit bij lange na niet.
Jim Schuyt (6 – 10 december 2010)


1 reactie
Alliantie 0.5 lijkt me beter dan Alliantie 3.0; oftewel halveer die corporatiesector, die huurders kunnen heus wel zelf die woning exploiteren ervan uitgaand dat de netto maandelijkse hypotheeklast gelijk is aan de huidige nette huurlast.