Schurende toezichthouders en bestuurders
Toezicht op afstand is al langer uit de gratie. Van commissarissen wordt verwacht dat ze dichter op de huid van het bestuur zitten. De vraag is natuurlijk hoe dicht? Commissarissen worden niet geacht op de stoel van het bestuur te zitten, maar wanneer is daarvan sprake?
Huisvesten middeninkomens geen kassucces – dichttimmeren en ja-zeggen – 20% lagere apparaatskosten
Lastenverzwaring
Zijn corporaties er eigenlijk alleen voor huurders met een laag inkomen? Heeft ‘Brussel’ niet de lat op maximaal € 33.614 gelegd? Zijn activiteiten van corporaties voor huishoudens met een inkomen boven deze grens niet als commercieel te typeren? Deze week bleek mij opnieuw dat we nog vaak moeten uitleggen dat corporaties van groot belang zijn voor het huisvesten van huishoudens met een (laag) middeninkomen. Het is politiek en maatschappelijk geen gelopen race dat corporaties ook betekenis hebben en moeten houden voor mensen die tussen de € 33.000 en € 43.000 euro per jaar verdienen. Het huisvesten van deze groep moeten we sinds kort financieren zonder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Hiermee is het nog geen commerciële taak geworden. Het past gewoon binnen de regels (BBSH) en met het rendement op een huurwoning met een huur tussen de € 650 en € 850 per maand worden de exploitatielasten niet gedekt. Een kassucces is het niet en dus ook niet louter als commercieel aan te merken. Belangrijker is dat lage middengroepen steeds meer in de knel komen. Een groot deel van de bezuinigingen en lastenverzwaring komt op de schouders van deze groep terecht. Het kabinet vertelt er niet bij dat de 18 miljard die ze wil korten op de begroting, voor ongeveer 9 miljard bestaat uit verzwaring van lasten. Door een beroep te doen op toeslagen en subsidies kunnen lage inkomens de lastenverzwaring nog wat compenseren. Middeninkomens vallen vaak tussen wal en schip. Laten we ervoor zorgen dat dit niet bij corporaties het geval is.
One-tier board
Met een achttal bestuurders van bedrijven en van instellingen hebben we een gesprek met Jaap Winter. Hij is partner bij het advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek en hoogleraar internationaal ondernemingsrecht. Jaap Winter geldt als een van de meest deskundigen op het terrein van het besturen van ondernemingen. Het wordt een boeiende presentatie en dito gesprek. In gesprekken met verschillende bestuurders en toezichthouders –ook buiten de woningcorporatiesector– valt mij op dat het steeds vaker schuurt tussen bestuurders en Raden van Commissarissen. In het gesprek met Jaap Winter probeer ik duidelijk te krijgen wat hiervan de oorzaak is. Toezicht op afstand is al langer uit de gratie. Van commissarissen wordt verwacht dat ze dichter op de huid van het bestuur zitten. De vraag is natuurlijk hoe dicht? Commissarissen worden niet geacht op de stoel van het bestuur te zitten, maar wanneer is daarvan sprake? Jaap Winter geeft aan dat het toezicht dat achter ons ligt was gericht op ‘ratifying’ van bestuursbesluiten. Zonder noemenswaardige discussie, ‘ het bestuur timmert alles dicht’, werd ‘ja’ gezegd tegen bestuursbesluiten. Hij signaleert een ontwikkeling die hij ‘probing’ noemt. Diepgravend verkennen van zaken en achtergronden. Ik noem dat de repeterende vraag van het driejarig kind: ‘waarom?’ Ik denk dat deze verschuiving voor een deel het schuren verklaart. Toezichthouders en bestuurders moeten wennen aan nieuwe rollen. Ook de onduidelijkheid over welk toezichtmodel we toepassen, speelt in mijn ogen mee. In Nederland hanteren we het zogenoemde Rijnlandse model. Er is hier sprake van twee lagen: die van het bestuur en van de toezichthouders. In een ‘one-tier board’ is er van dit onderscheid geen sprake. Er is één bestuur, een deel voert uit, een ander deel niet. Ik heb de indruk dat we steeds meer naar het laatste model opschuiven. We zeggen dat we volgens het Rijnlandse model werken, maar in de praktijk heeft het overleg tussen commissarissen en bestuur meer en meer het karakter van ‘one-tier board’. Een beetje schuren tussen bestuur en commissarissen is op zich gezond en goed voor de onderneming.
3.0
De afgelopen weken maakten we flinke voortgang op weg naar een efficiëntere Alliantie. Onder de codenaam ‘de Alliantie 3.0’ maken we onze organisatie ‘slimmer en efficiënter’. De vorige week stelden we vast hoe onze regiobedrijven georganiseerd worden. Met regiobedrijven die op dezelfde manier zijn ingericht, kunnen we processen harmoniseren en uniformeren. Dit leidt vervolgens weer tot kostenbesparing: in de komende jaren willen we dat onze apparaatskosten 20% lager worden. Vrijdag bespreekt de directieraad –de voormalige concerndirectie – met enkele managers personeel & organisatie en met medewerkers die verantwoordelijk zijn voor facilitaire zaken hoe ‘het nieuwe werken’ kan bijdragen aan een efficiëntere organisatie. Duidelijk wordt dat ‘het nieuwe werken’ meer is dan het anders inrichten van onze kantoren en meer dan keuzevrijheid om vanuit huis te werken of op kantoor. Het vraagt om aanpassing van onze organisatie. Alles hangt met alles samen. De Alliantie 3.0 is een omvangrijke en ingewikkelde organisatieverandering en het is zaak de uitwerking vooral praktisch te houden.
Jim Schuyt (9 – 13 mei 2011)

