Rechtse directe
De financiële polsstok van corporaties staat op de agenda. Directe aanleiding is een inventarisatie die het NOS Journaal heeft gedaan.
Rente en rendement – 2,5 miljard of 800 miljoen? – sturen is uit de mode – omgangsvormen van de minister
Nietsdoen loont
De financiële polsstok van corporaties staat op de agenda. Directe aanleiding is een inventarisatie die het NOS Journaal heeft gedaan. Op basis hiervan komt het Journaal tot de conclusie dat de corporaties vorig jaar 2 miljard verlies hebben geleden. Donderdagavond zou de Tweede Kamer er met Minister Van der Laan over spreken. Dit algemeen overleg ging niet door omdat de minister in de file stond. Komende week is er een herkansing. De angel is al uit het debat. Minister Van der Laan heeft de Tweede Kamer een brief gestuurd en merkt hierin op dat het wel losloopt met de financiële positie van corporaties. Naar aanleiding van deze berichten krijg ik zowel extern als intern regelmatig de vraag of wij failliet kunnen gaan. Ik antwoord hierop dat wij niet failliet kunnen gaan, tenminste als we geen gekke dingen doen. Dit heeft te maken met het merkwaardige gegeven dat corporaties van hard werken en veel investeren arm worden en van nietsdoen rijk. Dit komt doordat het rendement op onze investeringen gemiddeld 2,5% bedraagt en de rente die wij moeten betalen op een lening ongeveer het dubbele is. Kortom, nietsdoen loont. Dit is natuurlijk niet de bedoeling. Als het om investeren in woningen en wijken gaat, wordt van corporaties terecht veel verwacht. De investeringsmogelijkheden van corporaties lopen echter terug. Veel corporaties –zoals de Alliantie– stellen vanwege de crisis investeringen uit. Alle zeilen moeten in de komende tijd worden bijgezet om de investeringskracht van corporaties op peil te houden.
Eén staat tot zes
Bij de start van de 20 ambtelijke werkgroepen, die voorstellen moeten doen om in totaal 30 tot 35 miljard per jaar op de rijksbegroting te bezuinigen, kregen zij als opdracht mee 20% op de betreffende begrotingspost te korten. Op de post wonen zou 4 tot 5 miljard per jaar moeten worden bezuinigd. Wat voor rekening van de huursector komt is mij niet meer duidelijk. Eerst hoorde ik 1,5 miljard, later 2 miljard en vorige week tekende ik op uit de mond van iemand die het kan weten: ‘2,5 miljard per jaar voor de huursector’. Het lijken wel dagkoersen. Volgens mij wordt de huursector voor een veel te hoog bedrag aangeslagen. Als we naar de schatkist kijken, geeft de rijksoverheid zes keer zoveel geld uit aan de koopsector als aan de huursector. Als er bezuinigd wordt ligt het toch in de rede dat de omvang ook gebaseerd is op één staat tot zes. De huursector zou op basis hiervan ruim 800 miljoen per jaar moeten ophoesten.
Theorie en werkelijkheid
In de noordvleugel van de Randstad moeten nog 500.000 nieuwe woningen worden gebouwd. Alleen al in Almere moeten er in het kader van de zogenoemde schaalsprong 60.000 woningen bijkomen. De gewenste bouwproductie voor Nederland bedraagt 80.000 woningen per jaar. Door de crisis realiseren we veel minder woningen. Alleen de corporaties bouwen nog redelijk wat huurwoningen. Met de crisis is de latente vraag naar nieuwe woningen niet verdampt. In brede kring leeft de opvatting dat na de crisis er sprake zal zijn van een inhaalvraag en dat de prijzen van de woningen weer gaan stijgen. Ik waag dit te betwijfelen. Het rijk heeft weliswaar de ambitie dat er veel woningen worden gebouwd, maar geen of nauwelijks instrumenten. In het verleden stuurde de overheid de bouwproductie en als er een crisis over Nederland kwam, zorgde de overheid met subsidies dat er anticyclisch werd geïnvesteerd. Dit is niet meer aan de orde en zelfs corporaties kunnen niet echt anticyclisch investeren. Ook voor de omvang van de bouwproductie gelden de gewone economische wetten. Er is zeker een kwaliteitsvraag naar woningen. Of wij de komende jaren genoeg geld hebben om beter, groter en mooier te gaan wonen is de vraag. De woningmarkt blijft voorlopig grillig en het is vooral hopen en bidden dat de woningproductie snel herstelt. Daarop sturen is uit de mode.
Andere omgangsvormen
Begin deze week viel de brief op de mat waarin minister Van der Laan een oordeel velt over onze prestaties over 2008. Hij vindt dat wij hem geen goede informatie hebben gegeven. Hij stelt: ‘Uw bestuursverklaring bij de verantwoordingsgegevens is voor mij van beperkte waarde gebleken’. Een rechtse directe. Ondanks het feit dat wij onze stinkende best doen de minister goed te informeren, kan de minister vinden dat hij meer, betere of andere informatie wil en kan hij daarom vragen. De omgangsvormen zijn blijkbaar veranderd, niets vragen en direct oordelen en zonder wederhoor openbaar maken. De minister vraagt niet alleen aan de bestuurder welke maatregelen worden getroffen, ook de interne toezichthouder moet van de minister zijn oordeel geven over de maatregelen. Vanuit het oogpunt van governance is dit een opvallende vraag. Een Raad van Commissarissen houdt toezicht op het bestuur en kijkt of hij adequate maatregelen heeft genomen. Met de vraag direct aan hem te rapporteren, passeert minister Van der Laan het bestuur en manoeuvreert hij de toezichthouder aan het front, een positie die alleen past bij falend bestuur of falend toezicht. De minister vindt kennelijk dat de huidige tijdgeest andere omgangsvormen vereist.
Jim Schuyt (30 november – 4 december)

