De ongedeelde buurt, de ongedeelde wijk, de ongedeelde stad, de ongedeelde regio: we kunnen erin doorschieten. Het gaat te ver om het uitgangspunt op iedere wijk of binnenstad van toepassing te verklaren. Daarvoor zijn de kosten van het niet-marktconform bouwen en exploiteren te hoog.

Zakelijkheid en maatschappelijke verankering – rijk bij rijk en arm bij arm? – vervrouwen, verjongen, verkleuren en validiteit 

Coöperatieve oplossing
Van wie is de corporatie? Dit is een vraag die met grote regelmaat wordt gesteld. In juridische zin is het antwoord helder: van de rechtspersoon. In maatschappelijke zin is het antwoord minder eenvoudig. Corporaties zijn private organisaties die binnen publieke kaders hun werk doen. Corporaties zijn dus een beetje van zichzelf en ook van ons allemaal. Veel corporaties waren in een grijs verleden verenigingen. Verenigingen komen op voor het belang van hun leden. Bij corporaties stonden individuele belangen voorop. Leden kregen voorrang bij het toewijzen van een woning. Er deden zich ook uitwassen voor. Ik herinner me een besluit van de leden van een woningbouwvereniging in Baarn om huurwoningen tegen een vriendenprijs aan de leden te verkopen. Toenmalig staatssecretaris Tommel zag geen kans om hier een stokje voor te steken. Massaal schakelden corporaties over op de stichting als rechtsvorm. De afgelopen tijd hoor en lees ik over initiatieven om de discussie over de coöperatieve vereniging als rechtsvorm voor corporaties nieuw leven in te blazen. De coöperatie had een suffig imago. Met het succes van de Rabobank is dat als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik ben actief binnen deze coöperatieve bank en stel vast dat zakelijkheid en maatschappelijke verankering hier hand in hand gaan. De coöperatieve vereniging staat – anders dan bij de gewone vereniging – voor de klant als collectief. De leden van de 150 regionale coöperatieve Rabobanken stemmen niet over de hoogte van de rente op hun spaarrekening. Voor corporaties is het een uitdaging na te gaan of de coöperatieve rechtsvorm het legitimatievraagstuk van corporaties oplost.

Marktconform huurbeleid
Vooral in kringen van economen wordt gepleit voor een marktconform huurbeleid. Een lagere dan een markthuur wordt als impliciete subsidiëring aangemerkt. Zeker, om de investeringen niet al te rigoureus te temporiseren en om straks de heffing te kunnen betalen, hebben we een ander beleid nodig. Het huidige inflatievolgend huurbeleid breekt ons op. Zolang wij echter hechten aan de ongedeelde stad, is marktconform huurbeleid een fictie. Als iedere woning een marktconforme huur krijgt, zijn sommige steden zonder massale subjectsubsidie niet meer toegankelijk voor huishoudens met een bescheiden inkomen. Rijk woont dan bij rijk en arm bij arm. We zien bijvoorbeeld in en om de Franse steden wat de gevolgen zijn van een gedeelde stad. De ongedeelde buurt, de ongedeelde wijk, de ongedeelde stad, de ongedeelde regio: we kunnen erin doorschieten. Het gaat te ver om het uitgangspunt op iedere wijk of binnenstad van toepassing te verklaren. Daarvoor zijn de kosten van het niet-marktconform bouwen en exploiteren te hoog. Meer vrijheidsgraden in het huurbeleid betekent nog niet dat we door moeten schieten naar een klassiek liberaal marktconform huurbeleid. Net als een huurbeleid met stalinistische trekken is dit geen wenkend perspectief.

Diversiteit en integriteit
Met de ‘benen op tafel’ discussieert de directieraad en een aantal managers over diversiteit. De Alliantie onderscheidt drie ‘V’s’ : ‘vervrouwen, verjongen en verkleuren’. Onze ondernemingsraad voegde hier ‘validiteit’ aan toe. Mensen met een arbeidshandicap moeten bij de Alliantie meer kansen krijgen. Ik houd ter introductie een kort praatje en benadruk dat ons diversiteitsbeleid niet door emancipatie is ingegeven, maar gebaseerd is op de overtuiging dat diversiteit de organisatie ten goede komt. Het wordt een boeiende discussie. De Alliantie ondertekende het charter ‘Talent naar de top’. Uit de eerste rapportage blijkt dat wij meer vrouwen aan de top hebben, maar dat we onze doelstelling van 30% nog niet hebben bereikt. De Alliantie verjongt in ras tempo. Bij het verkleuren, gaat het erom dat we veel huurders met ‘een kleurtje’ hebben en dat het goed is als we voldoende medewerkers van buitenlandse afkomst hebben die belast zijn met klantencontacten. Anders dan bij ‘gender-diversiteit’ formuleren we hier geen kwantitatieve doelstelling. Onze maatschappelijke verantwoordelijkheid stimuleert ons om medewerkers met een arbeidshandicap aan te nemen. We komen tot de slotsom dat verschillen een organisatie vooruit helpen. Verschillen in termen van mannen, vrouwen, jongeren en ouderen zijn hiervoor instrumenten. Verschillen geven discussie en werpen een ander licht op zaken. Ruimte voor verschillen verkleint de ruimte voor zonnekoningengedrag. Diversiteit en integriteit gaan hand in hand.

Jim Schuyt (30 mei – 3 juni 2011)