Met een tiental bestuurders van ondernemingen en instellingen breng ik deze week een bezoek aan ‘Brussel’. We spreken met Europarlementariër Hans van Baalen, met de plaatsvervangend permanente vertegenwoordiger van Nederland bij de Europese Unie en met lobbyisten.

Scheefheid bestrijden – 70% wetgeving uit Brussel – Europees witboek en groenboek – slapende volkshuisvesters – slimmer omgaan met Europa

Schoen opeten
Begin deze week stuurt minister Donner zijn huurbrief naar de Tweede Kamer. Dat de jaarlijkse huurverhoging met maximaal 1,3% stijgt, is geen verrassing. Dit percentage is gelijk aan de inflatie van 2010. De minister schrijft ook dat hij de ophoging van het stelsel voor woningwaardering met 25 punten voor regio’s waar huurwoningen schaars zijn, per 1 juli aanstaande in wil laten gaan. De extra huurverhoging voor huishoudens met een inkomen hoger dan € 43.000 per jaar wordt per 1 juli aanstaande niet ingevoerd. De uitvoeringsproblemen zijn te groot. Vanwege de derving van inkomsten is dit jammer. Het is een maatregel die volgens mij tot mislukken gedoemd is. Ik heb tegen een journalist gezegd dat ik mijn schoen op zou eten als de minister kans zou zien de maatregel wel dit jaar in te voeren. Dit wordt mij bespaard. Ik vind het opvallend dat de minister niet schrijft dat hij de maatregel per 1 juli 2012 wel invoert. Hij houdt een flinke slag om de arm en verklaart dat hij het voornemen heeft dit te doen. Dit gaat ook volgend jaar niet lukken en ik hoop dat minister Donner snel een andere weg inslaat om de scheefheid te bestrijden.

Vooroordelen kloppen
Met een tiental bestuurders van ondernemingen en instellingen breng ik deze week een bezoek aan ‘Brussel’. We spreken met Europarlementariër Hans van Baalen, met de plaatsvervangend permanente vertegenwoordiger van Nederland bij de Europese Unie en met lobbyisten. Tenslotte hebben we een gesprek met een correspondent van het Financieele Dagblad. Ons bezoek begint met een teleurstelling: Eurocommissaris Kroes heeft afgezegd. Niet getreurd, zetten we koers naar het Europese parlement. Door alle veiligheidsmaatregelen duurt het maar liefst een uur voordat we binnen zijn. In de eerste gesprekken worden de vooroordelen ten aanzien van Brussel bevestigd. Maar liefst 50.000 ambtenaren zijn in de weer. In totaal zijn er 736 Europarlementariërs. Van onze wet- en regelgeving komt 70% al direct of indirect uit Brussel. Veel wet- en regelgeving komt via koehandel tot stand: ‘alles is uitruilbaar’. Trajecten van 10 jaar zijn geen uitzondering. De culturele verschillen tussen de lidstaten zijn groot. Ik noteer: ‘de Italianen zie je nooit en er valt geen afspraak mee te maken’. De Fransen komen zonder enige schroom voor de eigen belangen op en de Franse overheid en het bedrijfsleven zijn twee handen op één buik. Om enig gewicht in de schaal te leggen trekken wij vaak op met de Duitsers. Dit laatste deed mij oproepen om Bundesland die Niederlände te worden. Veel bijval kreeg ik niet.

Lobbyen is niet vies
We spraken met drie lobbyisten, allen jong en vrouw. Dit zal geen toeval zijn. In totaal zijn er ongeveer 1200 lobbyisten in Brussel actief. Een deel via koepelorganisaties, zoals VNO-NCW-MKB, en een deel via grote bedrijven. Ik ben onder de indruk van de manier waarop Unilever de Europese lobby aanpakt. Later horen wij dat deze multinational bekend staat om zijn effectieve lobby. Lobbyisten die gezag hebben, hoeven zich niet op te dringen bij Europarlementariërs of ambtenaren van de Europese Commissie: ze worden gevraagd. Ze worden gevraagd aan te geven wat een Europese richtlijn in de praktijk betekent. Het belangrijkste is om er zo snel mogelijk bij te zijn. Anticiperen op het programma van de Europese Commissie is essentieel. Om niet achter de feiten aan te lopen denken lobbyisten mee als in een zogenoemd witboek de strategie wordt verwoord om een bepaald probleem aan te pakken. Vervolgens verschijnt er een groenboek, waarin de knelpunten worden geïnventariseerd en aanbevelingen worden gedaan. Als je op een groenboek reageert, ben je vaak al te laat.

Op de blaren zitten
Ondanks het feit dat de 27 lidstaten afspraken dat de Europese Unie zich niet bemoeit met de sociale volkshuisvesting, heeft de Europese Commissie via mededinging en staatssteun diep ingegrepen in de Nederlandse volkshuisvesting. Wat ging er mis en welke lessen kunnen we leren? Tien jaar geleden legde toenmalig staatssecretaris van VROM Johan Remkes wetgeving op het terrein van de volkshuisvesting ter notificatie voor aan de Europese Commissie. Bijna iedereen is dit ontgaan en niemand overzag de gevolgen. We hadden geen lobbyisten en we koesterden de gedachte dat Europa niet over de volkshuisvesting ging. We hebben zitten slapen en werden in 2005 ruw wakker toen Eurocommissaris Kroes de Staat der Nederlanden een brief schreef waarin duidelijk werd dat volkshuisvesting sociaal beleid was en veel minder Nederlanders mochten profiteren van staatssteun. Is dit het begin van het einde van de brede sociale volkshuisvesting in Nederland? Vanaf 2005 hebben we achter de feiten aangelopen. Met het inzetten van lobbyisten waren we te laat. De basiscursus hoe om te gaan met de Europese Unie hadden we nog niet gevolgd en nu zitten we op de blaren.

Positiever
Na mijn aanvankelijke vooroordelen, word ik positiever over Europa. Het kan soms even duren, maar het is een wonder dat 27 lidstaten er bijna altijd uitkomen. Ik realiseer me steeds meer dat de Europese Unie gebaseerd is op een verdrag. De Unie heeft een juridische en geen politieke basis. De gevoelens over Europa in Nederland zijn negatief en ik begreep dat wij hierin geen uitzondering zijn. Tegelijk biedt de Europese Unie ons enorme sociaaleconomische voordelen. Als het gaat om Europa lijken het hoofd en het hart elkaars tegenpolen. We kunnen maar moeilijk met, maar ook niet zonder Europa. We moeten wel slimmer met Europa omgaan, anders zitten we te vaak op de blaren.

Jim Schuyt
(28 maart-1 april 2011)