Investeren of de staatskas spekken?
Het viel me op dat er grote somberheid was over de investeringsmogelijkheden door gemeenten. Dit raakt ook de investeringen door corporaties. Als gemeenten bij ruimtelijke investeringen meer de hand op de knip gaan houden, kunnen en willen corporaties niet extra in de buidel tasten.
Stijging administratieve lasten door meer verantwoording, toezicht en transparantie – corporaties: niet publiek en niet privaat – WoonBench helpt efficiency – de Alliantie is één organisatie – nieuwe perspectieven voor de woningmarkt
Grenzen aan transparantie
In verband met de bijdrage aan de bijeenkomst van Aedex vorige week ontving ik het boekje: ‘Grenzen aan transparantie’. Verschillende schrijvers relativeren de hang naar grenzenloze openheid. Voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Key, Frank de Grave, pleit voor meer transparantie, maar ‘ook weer niet te veel’. Het is een illusie te veronderstellen dat de grenzen van transparantie en toezicht bereikt zijn. De stijging van de administratieve lasten in verband met verantwoording, toezicht en transparantie neemt alleen maar toe en met de ingreep van de Europese Commissie wordt het alleen maar meer.
Ook Martin van Rijn, tegenwoordig baas van het pensioenfonds PGGM en daarvoor ondermeer plaatsvervangende directeur-generaal op het ministerie van VROM, ziet nog geen einde aan verantwoording en transparantie. Hij houdt er een interessante visie op na. Het lijkt erop – aldus Van Rijn – dat er een politieke keuze is tussen of het privatiseren van corporaties of ze weer in het publieke domein trekken. Volgens van Rijn is niet òf, òf aan de orde, maar èn, èn. Voor het in het publieke domein trekken van corporaties heeft de overheid geen geld. Dan moeten immers subsidies weer uitgevonden worden. Het op afstand zetten van corporaties door ze te privatiseren is ook niet aan de orde. Corporaties moeten in financieel opzicht zelf de broek blijven ophouden en wel meer ruimte krijgen om bijvoorbeeld meer inkomsten uit huur te ontvangen en meer woningen te verkopen. Dit gaat gepaard met meer publiek toezicht. Van corporaties wordt verwacht dat we meer aandacht besteden aan efficiency. Een handig instrument hiervoor is een benchmark. Deze week kwamen we als Raad van Commissarissen van de WoonBench bij elkaar. Steeds meer corporaties doen aan de WoonBench mee. Een goede zaak. Je met elkaar vergelijken is belangrijk. Niet in de eerste plaats om interessante gegevens uit te wisselen, maar vooral om er wat mee te doen en efficiency meer voorop te stellen.
Spannende tijd
Samen met Adriaan Hoogvliet (manager markt en strategie) en Koos Koolstra (directeur de Alliantie Eemvallei) schreef ik aan een notitie over de Alliantie als één organisatie. De discussie over centraal versus decentraal is van alle tijden. Van een geheel centraal gestuurde organisatie komen ongelukken. Met een decentraal ‘laat alle bloemen bloeien’ bij de vier werkmaatschappijen, komen we ook niet verder. Alleen als de eigen woningmarkt het vereist ligt het voor de hand om voor een eigen aanpak te kiezen in Amsterdam, Amersfoort, Flevoland en het Gooi. In alle andere gevallen doen we het op eenzelfde manier en als het even kan gezamenlijk. Het gaat er niet alleen om, onze organisatie efficiënter te maken door meer te bundelen, maar ook te werken vanuit gezamenlijke waarden. In de discussie over onze notitie in de directie bleek dat we op één lijn zitten. Op onderdelen passen we het verhaal aan en bespreken het over twee weken. Dan hebben we een nieuw kader om de Alliantie verder te versterken. Het is spannend en uitdagend om hieraan handen en voeten te geven.
Nieuw perspectief
Het Forum voor Stedelijke Vernieuwing heeft een boeiende formule: zet op vrijdagavond een aantal interessante mensen bij elkaar voor een breed beraad, laat ze slapen, vervolg het beraad tot zaterdag 12 uur, maak er een goed verslag van en er liggen nieuwe perspectieven op tafel. Afgelopen vrijdag kwam een kleine twintig vrouwen en mannen die betrokken zijn bij het wel en wee van de volkshuisvesting bij elkaar. Ik mocht daar deel van uitmaken en het viel me op dat er een grote mate van overeenstemming is. De ingrediënten voor het nieuwe perspectief voor de woningmarkt: trek een flinke tijd uit voor het hervormen van de woningmarkt, beperk de aftrek van hypotheekrente onder gelijktijdige afschaffing van de overdrachtsbelasting. Zorg ervoor dat kopers in het begin nog een behoorlijke hypotheekaftrek hebben. De huren mogen wel wat meer marktconform worden, corporaties kunnen meer woningen verkopen en houd meer rekening met regionale verschillen. Het viel me op dat er grote somberheid was over de investeringsmogelijkheden door gemeenten. Dit raakt ook de investeringen door corporaties. Als gemeenten bij ruimtelijke investeringen meer de hand op de knip gaan houden, kunnen en willen corporaties niet extra in de buidel tasten. Vanuit verschillende kanten is voorgesteld om een landelijk investeringsfonds in het leven te roepen, te vullen door corporaties. Ik benadruk dat er een effectievere en efficiëntere manier is. Bepaal de omvang van de landelijke investeringsopgave, laat gemeenten en corporaties hun regionale opgave in beeld brengen en de rijksoverheid valideert deze opgave. Als een regio op eigen kracht deze opgave aankan, is er niets aan de hand. Als er niet genoeg geld is wordt er opgehaald, bijvoorbeeld via het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting. Eerder dit jaar schreef ik hierover de notitie voor toenmalig minister Van der Laan. De aanwezige rijksambtenaren benadrukten dat dit alles prachtig klinkt, maar de woningmarkt moet een bijdrage leveren aan het terugdringen van het overheidstekort. We kwamen niet uit het dilemma: meer investeren of het spekken van de staatskas.
Jim Schuyt (24-28 mei)


1 reactie
Zou het niet mogelijk zijn beide te doen: zowel meer investeren als de staatskas spekken? Die combinatie is mogelijk als de huurprijzen vrijgegeven worden en corporaties de huurtoeslag voor lage inkomensgroepen gaan betalen – hetzij rechtstreeks, hetzij via de overheid.
Dit scheelt de overheid geld (geen huurtoeslag of een bijdrage van corporaties via een extra belasting) en levert de corporaties, zeker die in schaarstegebieden waar 30% van de huurders scheef woont, extra inkomsten op. Dat is ook precies waar de inkomsten omhoog moeten: in schaarstegebieden ligt immers vaak een grote investeringsopgave.
De vorm waarin de corporaties zouden kunnen investeren is een sociaal dividend: de extra winst uit gestegen huren kan uitgekeerd worden als bijdrage aan projecten die anders onrendabel zouden zijn, of gereserveerd worden als ‘retained earnings’ die later geinvesteerd kunnen worden.