Voor de economische ontwikkeling van een regio en voor het oplossen van volkshuisvestingsvraagstukken is de regio essentieel. De kracht van een regio is recht evenredig met de wil van gemeenten om samen te werken. Deze laat vaak te wensen over, met veel zwakke regio’s als resultaat.

Brainport Eindhoven – regionaal management -  grote vraag naar huurwoningen – schaalgrootte en efficiency – financierbaarheid sector

Echte regio’s
Het ministerie van VROM en de NEPROM, de vereniging van projectontwikkelaars, organiseren ieder jaar de zogenoemde ‘stedenreis’. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het estafettestokje van VROM overgenomen. Dit jaar bezoeken we de regio Eindhoven. Opvallend is dat het uiteenvallen van Philips de regio een enorme economische impuls heeft gegeven. Uit de restanten van de elektronicagigant zijn in de regio Eindhoven bloeiende bedrijven, zoals chipmachinefabrikant ASML, opgestaan. We gaan bij ASML op bezoek en Peter Wennink, lid van de Raad van Bestuur, vertelt hoe deze machinemaker erin is geslaagd 80% van  de wereldhandel in handen te krijgen. Hij geeft aan dat bij de start van het bedrijf subsidie van de rijksoverheid essentieel was. Zonder deze bijdrage zou ASML nimmer van de grond zijn gekomen. Een tweede succesfactor is het principe van ‘besteed uit waar een ander beter in is’. ASML heeft 15 speciale samenwerkingspartners en 600 overige. Er wordt niet aanbesteed, maar in volstrekte transparantie uitbesteed. De strategische partners, zoals lenzenfabrikant Carl Zeiss, verdienen net zoveel aan een chipmachine als ASML zelf. Na de inspirerende toelichting van Peter Wennink, vindt er een debat plaats over de succesfactoren van de technologieregio ‘Brainport Eindhoven’. De sterke driehoek overheid, universiteit en bedrijfsleven blijkt essentieel. Het zijn echter niet alleen juichverhalen. Peter Wennink mist wat hij noemt ‘regionaal management’. De samenwerking met de 21 gemeenten in de regio gaat niet altijd goed. Dit herken ik. Voor de economische ontwikkeling van een regio en voor het oplossen van volkshuisvestingsvraagstukken is de regio essentieel. De kracht van een regio is recht evenredig met de wil van gemeenten om samen te werken. Deze laat vaak te wensen over, met veel zwakke regio’s als resultaat. Het kabinet wil het openbaar bestuur hervormen en zet in op het samenvoegen van de provincies Utrecht, Noord-Holland en Flevoland. Vanuit bezuinigingsoptiek is deze gedwongen fusie vast en zeker aantrekkelijk. De bestuurlijke vernieuwing is volgens mij echter meer gediend met het in het leven roepen van echte regio’s.

Dankzij Brussel
Een stedenreis met wethouders, aanvoerders van projectontwikkelaars, institutionele beleggers, topambtenaren en een enkele corporatiebestuurder, is een gelegenheid om een goed beeld te krijgen van de ‘stand in het land’. Duidelijk is dat als het om de woningmarkt gaat niemand al licht in de tunnel ziet. Er is weliswaar een potentiële vraag naar woonruimte, maar wanneer komt deze aan de oppervlakte en wanneer worden er weer meer woningen verkocht? Velen denken dat we het voorlopig moeten hebben van de huurwoningmarkt. De vraag naar huurwoningen is groot. IJburg is hiervan een voorbeeld. Doordat corporaties in de afgelopen tijd veel koopwoningen omgezet hebben in middeldure huurwoningen, was er sprake van leegstand. Bij nieuwe verhuring had de Alliantie in Amsterdam te maken met een voor ons ongekende leegstand van bijna 20%. Door de maatregelen van Brussel en doordat het kopen van een woning minder populair is, is de vraag naar middeldure huurwoningen sterk toegenomen en is de leegstand verdwenen.

2 x 3.0
Deze week buigen onze leidinggevenden zich over de Alliantie 3.0. Alsof het zijn vak is, praat Koos Koolstra, onze directeur in de regio Amersfoort, de bijeenkomst aan elkaar. Hij vraagt mij naar mijn ‘3.0-droom’. Ik geef aan dat we met 3.0 een belangrijke slag gaan slaan in het benutten van onze schaalgrootte en tegelijk dicht bij onze huurders en andere belanghouders blijven. Voor de Alliantie 3.0 huren we geen organisatieadviseurs in, maar we doen de organisatieverandering zelf. Een blik van buiten blijft wel gewenst. Jan Maarten van der Meulen begeleidde 10 jaar geleden onze fusie en we vroegen hem ons een spiegel voor te houden. Hij raadt ons aan tempo te blijven maken en niet alles nu al in detail te regelen. Voor het verkeer tussen onze regiobedrijven en de nieuwe gebundelde diensten gebruiken we het beginsel van ‘opdrachtgever, opdrachtnemer’. Dit doet – aldus Jan Maarten – te veel denken aan ‘de opdrachtgever is de baas en de opdrachtnemer moet doen wat hij zegt’. Dit gaat voorbij aan de samenwerking vanuit verschillende rollen en posities. Hier moeten we wat op verzinnen. Een nieuw begrip zoeken?

Vrijdag is de jaarlijkse conferentie van onze Raad van Commissarissen. In het ochtenddeel bespreken we 3.0. Met de Alliantie 3.0 willen we een efficiencyslag maken en onder meer in vier jaar 20% bezuinigen op onze apparaatskosten. Onze Raad wijst op de economische problemen en die op de woningmarkt in het bijzonder. Wij worden bevraagd of deze bezuiniging afdoende is en of deze niet sneller bereikt moet worden. Conclusies worden nog niet getrokken.

Sterke sector
De voorzitter van de Raad van Bestuur van de BNG, Carel van Eykelenburg, geeft in het middagprogramma van de conferentie een toelichting op de vragen: wat betekent het scheiden van DAEB en niet-DAEB en hoe kijkt hij aan tegen de financierbaarheid van de sector? Hij geeft aan zich geen zorgen te maken over de financierbaarheid van de corporaties. We hebben in zijn ogen een sterke sector met een stelsel waar we zuinig op moeten zijn. Als het gaat om de financiering van niet-DAEB-activiteiten, voorspelt de BNG-voorzitter dat corporaties financiers gedetailleerd moeten informeren over het project waarvoor financiering wordt gevraagd. In Engeland kennen corporaties alleen commerciële financiering. Om geld aan te trekken worden door omvangrijke  treasury-afdelingen uitgebreide brochures voor financiers opgesteld. Dit is dus ons voorland.

Jim Schuyt (3 – 7  oktober 2011)