Marja Gerbers neemt me onder haar hoede. Zij is woonadviseur en we gaan naar een eindinspectie in verband met een verhuizing. Een maand eerder heeft ze de woning geïnspecteerd en vastgesteld dat er nog flink wat moest gebeuren. De zwart en goud geschilderde wanden moesten worden gewit en er moest flink worden schoongemaakt.

In discussie met medewerkers over organisatieontwikkeling – de praktijk in: hulp voor huurders met schulden en tranen bij eindinspectie – conferentie met RvC: solidariteit onder corporaties is verdwenen/ ook einde van het ‘revolving fund’/ de sector krimpt

Express
Deze week is de eerste uitvoering van de Alliantie Express, waarbij ik al onze organisatieonderdelen bezoek en in discussie ga met medewerkers. Plaats van handeling is Hilversum. De Alliantie als één organisatie staat centraal. We noemen dat Alliantie 3.0. Ik begin met wat te zeggen over de actualiteit: de gevolgen van de beschikking van de Europese Commissie voor ons, de formatie en mogelijke bezuinigingen. Er zijn veel vragen en opmerkingen. De betrokkenheid van medewerkers is groot, ook bij ontwikkelingen in de buitenwereld. Ik houd vervolgens een kort praatje over de achtergrond en de bedoelingen van de Alliantie 3.0. Joan van der Burgt, onze directeur van de Alliantie in Gooi en Vechtstreek, vult mij aan. In kleine groepjes wordt er kort gediscussieerd. Mij viel op dat bijna iedereen ervan overtuigd is dat we nog flinke stappen kunnen zetten om zaken beter en op een eenduidige wijze aan te pakken. Het perspectief van de Alliantie 3.0 krijgt van de aanwezigen een rapportcijfer tussen de 8 en de 10. Er klinkt ook bezorgdheid door. Iemand zegt: “ Ik zou het erg vinden als ik maandagochtend begin en nog niet weet in welke werkmaatschappij ik die dag aan de slag moet’. Anderen vrezen dat straks bij de Alliantie alles top-down wordt geregeld. Dit gaat niet gebeuren. Het van boven opleggen werkt niet. We gaan op zoek welke aanpak het beste werkt en daar kiezen we voor. Mij wordt duidelijk dat er in Hilversum een breed draagvlak is om meer samen te doen en voor een gezamenlijke aanpak te kiezen.

De praktijk 1
Dinsdag laaf ik me in Gooi en Vechtstreek aan de praktijk. Eerst neemt Rita Baltus me op sleeptouw. Zij is maatschappelijk werker incasso. Zoals gebruikelijk krijgt een huurder die zijn huur niet betaalt een aanmaning. Als schriftelijke pogingen tot contact schipbreuk leiden (zo’n 30 tot 40 keer per maand) gaat Rita er – onaangekondigd – op af. Als er niet wordt gereageerd, is er vaak wat aan de hand, schulden lopen op en een oplossing vinden wordt steeds moeilijker. Als huurders meewerken, vinden Rita en haar collega’s bijna altijd een oplossing. Dan kan uitzetting worden voorkomen. We bezoeken vier adressen. Op drie vinden we gehoor. Rita legt me uit dat zij vaak aan de buitenkant van de woning al kan zien dat er iets loos is. Dit spoort met wat de Amsterdamse PIOn-opzichter Crétien Gielen me voorhield een paar weken geleden. Het is ook opvallend dat bij drie van de vier adressen de bel het niet doet. Volgens Rita is dit geen toeval. Rita klopt op de deur in de deuropening verschijnt een mevrouw in ochtendjas. Nadat Rita heeft aangegeven wie ze is en mij als collega heeft voorgesteld, vraagt ze binnen te mogen komen. Dat mag. Als we binnen zijn, treffen we een gigantische bende aan. Het stinkt er vreselijk. Ik heb dit van mijn leven niet eerder gezien. De vele aanwezige poezen hebben het op mij voorzien en geven me kopjes. Ik kan niet veel meer doen dan deze ongewenste liefkozingen te ondergaan. De stank stelt mijn niet al te sterke maag flink op de proef. Rita vertelt mevrouw op een duidelijke manier wat er aan de hand is. Ze heeft een grote huurschuld, ontruiming staat over een maand gepland. Ze kijkt om zich heen en stelt vast dat dit niet langer kan. Desgevraagd is mevrouw het met haar eens. Rita is bereid haar een zogenoemd tweede kans-contract te bieden. Mevrouw wil dat wel en stemt ermee in hulp te aanvaarden. Direct pakt Rita haar mobiele telefoon en belt met haar collega bij een instelling voor hulpverlening. Ze legt kort de situatie uit. Diezelfde dag gaat de hulpverlener bij mevrouw op bezoek. Ik ben onder de indruk van de manier waarop Rita het gesprek voert: helder, concreet, niet belerend. De doortastendheid waarmee Rita en haar collega-hulpverlener handelen, strekt tot voorbeeld. Ik ben zelden zo blij geweest weer op straat te staan en frisse lucht in te ademen.

De praktijk 2
Vervolgens neemt Marja Gerbers me onder haar hoede. Zij is woonadviseur en we gaan naar een eindinspectie in verband met een verhuizing. Een maand eerder heeft ze de woning geïnspecteerd en vastgesteld dat er nog flink wat moest gebeuren. De zwart en goud geschilderde wanden moesten worden gewit en er moest flink worden schoongemaakt. Marja stelt vast dat het stel prima werk heeft verricht. Alleen de douche is nog erg smerig. Marja stelt vast dat het hier om ‘leefvuil’ gaat en vraagt de vertrekkende huurders dit alsnog schoon te maken. Dit verzoek wordt de jonge vrouw te veel. Ze begint te huilen, loopt weg en roept ‘ik ben helemaal klaar met de woningbouw’. De stem van Marja wordt zachter: ‘we hebben afgesproken dat u leefvuil zou verwijderen. Ik verzoek u vandaag de douche schoon te maken, doet u het voor mij. Als u het niet doet kost het u geld’. Zij het niet van harte, maar het stel belooft het te zullen doen. Ik vind dat Marja uitermate professioneel optreedt. Vooral door haar stem te dempen en het andere perspectief – van ‘de woningbouw’ naar ‘doet u het voor mij’ – haalde Marja de stoom van de ketel. Ze geeft aan dat gesprekken met nieuwe bewoners veel leuker zijn. Bij een eindinspectie zijn de bewoners druk met hun nieuwe woning bezig en is het in redelijke staat opleveren van hun oude woning alleen maar ballast. Ik heb van Marja en Rita veel opgestoken. Chapeau voor de manier waarop beiden hun werk doen.

Conferentie
Vrijdag sluit ik de week af met de jaarlijkse conferentie van onze Raad van Commissarissen. In de ochtend spreken we over de plaats van corporaties in de samenleving en de verhouding tussen de overheid en de corporaties. Bas Jan van Bochove, voormalig Kamerlid van het CDA, geeft een aftrap voor de discussie. Hij benadrukt dat wat er zich in de samenleving voltrekt, ook bij corporaties te zien is. Het is ieder voor zich. De corporatie bestaat niet meer en de solidariteit is verdwenen. Hij vindt dat – evenals bij gevestigde politieke partijen – corporaties te veel institutioneel reageren. Burgers en huurder missen de ‘warmte’. In de middag hebben we het over de financiele continuïteit van corporaties: is het ‘revolving fund’ ten einde? Johan Conijn, werkzaam bij ORTEC en hoogleraar woningmarkt geeft een voorzet en stelt vast dat deze vraag met ‘ja’ moet worden beantwoord. Corporaties investeren steeds meer. In 2002 bouwden we nog 13.600 nieuwe woningen, in het topjaar 2009 31.500. De rendementen van corporaties zijn erg laag. De remedie hiervoor is het flink verhogen van de huren. Johan stelt, volgens mij volkomen terecht, dat huurders maar een beperkte huurverhoging kunnen betalen. Er zit niet anders op dan krimpen. Hiermee eet de sector zichzelf langzaam maar zeker op.

Jim Schuyt (20-24 september 2010)