Bouwheer
Joop van Oosten neemt afscheid als bestuursvoorzitter van BAM. Hij heeft 40 personen ‘uit zijn adressenboekje’ uitgenodigd om over 30 jaar vastgoed te praten. Als nadrukkelijke voorwaarde stelt hij dat iedereen zich moet laten vergezellen door een talent.
Verbind politiek en wetenschap bij oplossen energieprobleem – regionale afwegingen bij investeren in gemeenten – nieuwe vormen bij selectie van ontwikkelaars – samenwerking publiek en privaat bij gebiedsontwikkeling
De tafel is rond
Het is de week van de rondetafelgesprekken. In Utrecht woon ik een gesprek bij over ‘Energietransformatie’ van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur. Deze raad bereidt, onder voorzitterschap van Annemieke Roobeek, een advies voor aan het kabinet. Het wordt een boeiende bijeenkomst waar de aanwezigen ingrediënten voor het advies aandragen. Ik noteer ondermeer om de huidige aanpak van verleiden te vervangen door verplichten en subsidies te schrappen. Gepleit wordt voor eenvoudige boodschappen en simpele instrumenten: ‘CO2-reductie en kilowattjoules spreken niet tot de verbeelding’.
Eén van de aanwezigen houdt een korte presentatie over ‘hindermacht in energietransitie’. Hij ziet de klimaatverandering als het meest onderschatte hedendaagse probleem en de utopie van de vrije markt als grote hindernis om hier iets aan te doen. Om bestaande belangen te beschermen worden de wetenschap en wetenschapper aangevallen. Dit alles gedijt in een anti-elitair klimaat. Ik onderken dat wetenschap en politiek andere werelden zijn. Wetenschap koestert kritiek en ultieme zekerheden zijn schaars. Politiek levert vooral kritiek op anderen. Als het een tijdje koud is in de provincie, zien sommige politici daarin al snel het bewijs dat opwarming van de aarde nonsens is. Alleen het verbinden van wetenschap en politiek geeft perspectief.
Spagaat van de regio
De Alliantie maakt bij investeringen steeds vaker regionale afwegingen. Daar tegenover staat de gemeente die zich sterk maakt voor investeringen door corporaties in de eigen lokale knelpunten. Over het schuren tussen de regio en de gemeente bij investeringskeuzen gaat een rondetafelgesprek dat de Alliantie organiseert. De twee aanwezige wethouders, Adri Duivesteijn (Almere) en Freek Ossel (Amsterdam) benadrukken dat van hen niet anders mag worden verwacht, dan dat ze zich sterk maken voor de eigen gemeentelijke belangen. Daar vinden ze immers hun legitimatie. Duivesteijn bepleit kleinschaligheid en Ossel vindt dat corporaties meer transparant moeten zijn in hun regionale afwegingen. Peter van der Gugten, directeur van Proper Stok benadrukt dat iedere gemeente zijn eigen woningmarkt kent en regionale afwegingen noodzakelijk zijn. Iedereen is het erover eens dat corporaties zich moeten bekennen tot de wijken, de gemeente en de regio. De zwakke regionale sturing breekt ons op. Al vele jaren ligt hier een schone bestuurlijke taak.
PVV-architectuur
Bouwfonds Ontwikkeling organiseert in het Miele Inspirience Center een bijeenkomst over nieuwe markten. Architectuurjournalist Bernard Hulsman legt een voor mij nieuwe relatie tussen de brutering en de architectuur. Sinds de brutering van subsidies aan corporaties heeft er in zijn ogen een stille revolutie plaatsgevonden. Voor de brutering zijn de corporaties de veelbouwers met een opvoedkundige missie. Voor de verzelfstandiging van corporaties viert het modernisme met zijn kenmerkende strakke architectuur de boventoon. Daarna worden private ontwikkelaars dominanter. Hulsman stelt vast dat de tijd aanbreekt voor de bij consumenten geliefde ‘neo-populistische architectuur’, alsof de PVV-architectuur is opgestaan. Het verbaast me dat hij de invloed van gemeentebesturen onvermeld laat. Wat te denken van de gemeentelijke lijstjes met architecten waaruit mag worden gekozen, de kwaliteitsteams en de beeldkwaliteitplannen? In mijn bijdrage aan het debat houd ik een pleidooi voor nieuwe vormen bij het selecteren van ontwikkelaars. De huidige vorm van selecteren, zoals via prijsvragen, is gebaseerd op schaarste. Op drommen ontwikkelaars die met schrapende hoeven klaar staan om een ontwikkeling ter hand te nemen. De werkelijkheid vandaag de dag is dat er zich vaak geen enkele ontwikkelaar meldt. Vandaag de dag staat de risicoverdeling tussen publiek en privaat centraal. Bij selecties in crisistijd dient dit de boventoon te voeren. Mijn pleidooi voor het zoeken naar nieuwe vormen van selectie van ontwikkelaars gaat er bij de directeur van de NEPROM, mijn vriend Jan Fokkema, in als Gods woord in een ouderling.
Exit gebiedsontwikkeling
Joop van Oosten neemt afscheid als bestuursvoorzitter van BAM. Hij heeft 40 personen ‘uit zijn adressenboekje’ uitgenodigd om over 30 jaar vastgoed te praten. Als nadrukkelijke voorwaarde stelt hij dat iedereen zich moet laten vergezellen door een talent. Ik ben uitgenodigd en uit de vele talenten van de Alliantie heb ik Margo Meijer gevraagd met me mee te gaan. Margo is pas benoemd als manager ontwikkeling in de regio Amsterdam. Het is meer een arena dan een rondetafelgesprek. De oudjes aan de ene kant en de jonge talenten aan de andere. Ik ben trots als Margo tot twee keer toe een zinnige bijdrage aan de discussie levert. Er ontstaat een grappige sfeer, waarbij de talenten de gearriveerden vertellen hoe het moet. Exit gebiedsontwikkeling, het ontwikkelen van kleinschalige stand-alone projecten heeft de toekomst. Overheden?, die hebben we niet meer nodig, wij ontwikkelaars gaan het wel even doen. Ik temper de jeugdige overmoed door er op te wijzen dat we niet zonder gebiedsontwikkeling kunnen. Waardeontwikkeling is de belangrijkste pijler van projectontwikkeling en alleen uitgebalanceerde gebiedsontwikkeling geeft uitzicht op waardeontwikkeling. Ook in de toekomst kunnen publiek en privaat niet zonder elkaar. Aangezien de term PPS hier en daar negatieve associaties oproept, moeten we op deze samenwerking wellicht een nieuw label plakken. Het mooiste moment is als alle aanwezigen Joop van Oosten een minutenlange staande ovatie geven. Een terecht eerbetoon aan een heer, aan de bouwheer Joop van Oosten.
Jim Schuyt
(29 november – 3 december 2010)

