10 jaar Heermalezing
Nederland is in demografisch opzicht piepklein, maar is groot in uitstoot van CO², een belangrijk kennisland en telt in economisch opzicht mee in de wereld. Om vanuit verschillende perspectieven naar de werkelijkheid te kunnen kijken is een kritische geest en ruimte noodzakelijk.
Privaat aan publiek verbinden – financierbaarheid bepaalt investeringen – flexibel werken
Wisselende perspectieven
In 2002 hield de econoom Sweder van Wijnbergen de eerste Heermalezing. Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, sprak deze week de tiende uit. Dijkgraaf is één van onze meest eminente geleerden en is als geen ander in staat snel tussen abstracties te schakelen. Zijn lezing ‘De maat van Nederland’ was een pleidooi om de werkelijkheid vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Hierdoor ontstaan verschillende werkelijkheden naast elkaar. Nederland is in demografisch opzicht piepklein, maar is groot in uitstoot van CO², een belangrijk kennisland en telt in economisch opzicht mee in de wereld. Om vanuit verschillende perspectieven naar de werkelijkheid te kunnen kijken is een kritische geest en ruimte noodzakelijk. De Heermalezing heeft als motto ‘publieke taken in private organisaties’. Andrée van Es, de eerste voorzitter van de lezing, stond stil bij het thema. Als wethouder in Amsterdam had ze slechte ervaringen met de reïntegratie van langdurig werklozen door private organisaties: te duur en te weinig effectief. De gemeente ging het weer zelf doen. Volgens Pauline Meurs, die Andrée van Es als voorzitter in 2004 opvolgde, is het motto ‘publieke taken in private organisaties’ sleets geworden. Het is volgens haar een dichotomie geworden die juridisch weliswaar betekenis heeft, maar in de werkelijkheid zijn publiek en privaat met elkaar verweven geraakt. Als voorbeelden noemt ze het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Met het te lijf gaan van de bankencrisis, heeft de overheid zelfs private taken naar zich toegetrokken.
Wat zou Enneüs ervan vinden?
Ik krijg het laatste woord. Tien jaar Heermalezing is voor de Alliantie aanleiding om een boekje te maken, waarin sprekers die de lezing eerder hielden opnieuw aan het woord komen. Ik mag het boekje overhandigen aan mevrouw Heerma. In 2002 ging ik in op de grote betekenis van Enneüs Heerma voor de volkshuisvesting. Ik sta nu stil bij de actuele betekenis van Heerma voor de volkshuisvesting. Robbert Dijkgraaf en Pauline Meurs waarschuwen voor doorgeschoten bureaucratisering en regelzucht en pleiten voor ruimte en creativiteit. Als er één man was die ruimte aan de volkshuisvesting bood, was het wel Enneüs Heerma. Het krijgen van ruimte betekent het dragen van een grote verantwoordelijkheid. Als volkshuisvesters misbruik maken van deze ruimte en doorschieten, dringt bij mij regelmatig de vraag op ‘wat zou Enneüs hiervan vinden?’ Hij had een hoge morele standaard en ik vermoed dat hij zich bij sommige incidenten in zijn graf zou omdraaien. Heerma was een uitmuntend politiek bestuurder: hij verbond zijn opvattingen aan de praktijk en stond open voor verschillende perspectieven. Vandaag de dag domineert de ideologie en wordt er een werkelijkheid gecreëerd naar beeld en gelijkenis van de ideologie. Voor het beschouwen van de werkelijkheid vanuit verschillende perspectieven is weinig ruimte.

Mevrouw Heerma ontvangt het eerste exemplaar van het boekje '10 jaar Heermalezing' uit handen van Jim Schuyt
Ik ben ervan overtuigd dat dit een gruwel in de ogen van Heerma zou zijn. Het right to buy noem ik als voorbeeld. Tenslotte reageer ik op Pauline Meurs. De dichotomie tussen publiek en privaat mogen we niet onderschatten. Onder meer onder invloed van ‘Brussel’ is er een trend van: het is óf publiek óf privaat. Het thema publieke taken in private organisaties is wellicht wat sleets, het verbinden van privaat aan publiek geenszins. Het overhandigen van het boekje ’10 jaar Heermalezing’ aan mevrouw Heerma roert me.
Financiering kritieke pad
De bestuurders van het platform De Vernieuwde Stad buigen zich dinsdagavond over de financierbaarheid van de activiteiten van corporaties. Roland van der Post, directeur van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) geeft zijn visie. Hij is het met DVS eens dat voor het bouwen van middeldure huurwoningen en voor de vernieuwing van wijken de inzet van eigen vermogen vereist is. Het is van tweeën één: bij de al dan niet administratieve scheiding moet meer vermogen meegaan naar het niet-DAEB domein of een deel van de opbrengst van verkoop van huurwoningen moet hiervoor worden ingezet. We staan stil bij de ontwikkelingen op de financiële markten. Het is opvallend dat de rente historisch laag is en tegelijk de beschikbaarheid van geld beperkt, zeker voor investeringen in vastgoed. De borging via het WSW is belangrijker dan ooit. Van der Post verwacht dat financieringsmogelijkheden van DAEB-activiteiten, zoals de bouw van sociale huurwoningen, beperkter worden. Het leeuwendeel van de activiteiten van corporaties wordt bancair gefinancierd. Hij pleit ervoor om deze afhankelijkheid te beperken en andere financieringsbronnen, zoals het uitgeven van obligaties, aan te boren. Het is nog niet zo lang geleden dat corporaties bij investeringsbeslissingen niet of nauwelijks naar de financierbaarheid ervan keken. De tijden zijn veranderd. De financierbaarheid vormt, naast de inzet van eigen vermogen, het kritieke pad bij investeringsbeslissingen.
Het nieuwe werken
In Almere is deze week de eerste Alliantie Express over onze organisatieverandering: de Alliantie 3.0. Het is een ‘roadshow’ langs onze regiobedrijven en de andere bedrijfsonderdelen. Het wordt een mooie première waarop medewerkers met een positieve ondertoon kritische vragen stellen. Eén onderwerp springt er uit: ‘het nieuwe werken’. Ik geef aan dat we met het werken bij de Alliantie 3.0 inzetten op flexibel werken. Onze kantoren en onze ICT worden hier zo veel als mogelijk op ingericht. Er was enige teleurstelling dat we niet direct overstappen op ‘het nieuwe werken’. Ik benadruk dat dit wel het perspectief is, maar dat om tijd- en plaatsonafhankelijk te kunnen werken er meer moet gebeuren dan het creëren van flexplekken. Het vraagt bijvoorbeeld ook om een andere manier van leidinggeven en dat is niet één, twee, drie geregeld.
Jim Schuyt
(31 oktober – 4 november 2011)

